ECLI:NL:RBDHA:2024:21064

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
NL24.42509 en NL24.42511
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Polen

Verzoekers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen besluiten van 30 oktober 2024 waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen. De minister van Asiel en Migratie heeft deze besluiten genomen op grond van de verantwoordelijkheid van Polen voor de behandeling van de aanvragen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en verwijst naar eerdere uitspraken (zaaknummers NL24.42508 en NL24.42510) waarin de beroepen ongegrond zijn verklaard. Gezien deze eerdere uitspraken worden ook de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 13 december 2024 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Polen worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.42509 en NL24.42511

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker 1] , verzoeker 1

en
[verzoeker 2], verzoeker 2,
V-nummers: [V-nummer 1] respectievelijk [V-nummer 2]
Samen: verzoekers
(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 30 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben afzonderlijk tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder afzonderlijk de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.42508 en NL24.42510 heeft de rechtbank de beroepen waarop deze verzoeken om een voorlopige voorziening betrekking hebben ongegrond verklaard. Om die reden zullen de verzoeken als ongegrond worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 13 december 2024 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.