ECLI:NL:RBDHA:2024:21063
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadeverzoek in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is inmiddels opgeheven, waardoor de beoordeling zich richt op de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was en of schadevergoeding moet worden toegekend.
Eiser stelde dat het dossier geen aanwijzing bevatte op grond van artikel 4.6 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat een verblijf in de lounge langer dan 24 uur niet is toegestaan zonder dergelijke aanwijzing. De rechtbank overwoog dat eiser op de dag van aankomst op Schiphol een asielaanvraag deed en direct de maatregel kreeg opgelegd, waardoor geen aanwijzing nodig was. Tevens bleek niet dat eiser langer dan 24 uur in de lounge verbleef.
De rechtbank concludeerde dat er geen onrechtmatigheid was in de tenuitvoerlegging van de maatregel en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Kerstens-Fockens en griffier Froma.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.