ECLI:NL:RBDHA:2024:2102
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen inreisverbod wegens te late indiening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 9 november 2022 een inreisverbod van twee jaar op aan eiser. Tegen dit besluit werd op 27 november 2023 beroep ingesteld, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van vier weken. De rechtbank behandelde de zaak op 13 februari 2024 en oordeelde dat het beroep niet tijdig was ingediend.
Het proces-verbaal toonde aan dat het voornemen tot het inreisverbod op 5 oktober 2022 persoonlijk aan eiser was uitgereikt, inclusief een Spaanse vertaling. Het definitieve besluit werd op correcte wijze bekendgemaakt op 9 november 2022 en gepubliceerd in de Staatscourant op 14 november 2022. De beroepstermijn begon derhalve op 15 november 2022 en liep vier weken.
Omdat het beroep pas op 27 november 2023 werd ingediend, was dit ruim na de termijn. Er was geen verschoonbare reden voor deze overschrijding. De rechtbank verklaarde daarom het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter A. de Gooijer in aanwezigheid van griffier R. Kloppers.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.