ECLI:NL:RBDHA:2024:21009
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag Rwanda na toetsing vergewisplicht en geloofwaardigheid documenten
Eiser, van Rwandese nationaliteit, diende meerdere asielaanvragen in met een asielrelaas over arrestatie en marteling door Rwandese inlichtingendiensten. Na eerdere afwijzingen en vernietiging van besluiten door de rechtbank, werd een herhaalde aanvraag in februari 2024 afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen uitzetting.
De rechtbank beoordeelde of verweerder aan zijn vergewisplicht had voldaan met betrekking tot onderzoeksrapporten van Bureau Documenten die twijfels opriepen over de authenticiteit van diverse documenten die eiser overlegd had. Verweerder had Bureau Documenten om schriftelijke reacties gevraagd en daarmee de twijfels weggenomen. Ook het rapport van T. Monekosso, aangeleverd door eiser, bood onvoldoende basis om de conclusies van Bureau Documenten te herzien.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder de verklaringen van de heer [naam 1] en de Rwandese advocaat van eiser voldoende had betrokken en gemotiveerd had afgewezen als onvoldoende bewijs. Verweerder hoefde geen individueel ambtsbericht aan de minister van Buitenlandse Zaken te vragen en hoefde de aanvraag niet ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro. Het opgelegde inreisverbod was proportioneel en hield voldoende rekening met het familie- en gezinsleven van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.