ECLI:NL:RBDHA:2024:20973
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake Dublinverwijzing naar Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen wegens verantwoordelijkheid van Kroatië volgens de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 12 november 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat aangezien de hoofdzaak (zaaknummer NL24.39067) reeds is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier S.J. Valk op 21 november 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.