ECLI:NL:RBDHA:2024:20967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
13 december 2024
Zaaknummer
C/09/674892 / FA RK 24-7761
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArt. 21 Wzd
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging opname en verblijf wegens ontbreken verzet cliënt

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging te verlenen voor opname en verblijf van cliënt op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). Cliënt lijdt aan ernstige psychogeriatrische aandoeningen, waaronder uitgebreide neurocognitieve stoornissen en vasculaire Parkinson, die leiden tot ernstig nadeel.

Tijdens de mondelinge behandeling op 20 november 2024 werd vastgesteld dat cliënt zelfstandig met toestemming overdag de accommodatie verlaat en terugkeert. De uitlating van cliënt om naar Thailand te willen vertrekken werd door het CIZ als verzet gekwalificeerd, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen daadwerkelijk verzet betreft omdat cliënt steeds terugkeert.

De specialist ouderengeneeskunde, behandelend arts, advocaat en de zus van cliënt bevestigden de situatie. Gezien het ontbreken van verzet en het niet voldoen aan de criteria voor machtiging volgens de Wzd, wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/674892 / FA RK 24-7761
Datum beschikking: 20 november 2024

Afwijzing rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1943 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accomodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2024.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 2 maart 2023;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 9 september 2024;
- een op 29 oktober 2024 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was;
- een zorgplan van 8 augustus 2024;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 november 2024. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënt, bijgestaan door mr. A.A. van Harmelen, waarnemend voor zijn advocaat;
- de specialist oudergeneeskunde, de heer [naam 2] ;
- de behandelend arts, mevrouw [naam 3] (zij was niet vanaf het begin aanwezig bij de mondelinge behandeling);
- de zus van cliënt, mevrouw [naam 4] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is verzocht om het verzoek af te wijzen omdat hij zich niet verzet tegen de opname en verblijf in de accommodatie. Het CIZ heeft de uitlating van cliënt dat hij naar Thailand wil vertrekken ten onrechte als verzet aangemerkt.
De specialist oudergeneeskundige heeft verklaard dat de cognitieve stoornissen van cliënt zijn toegenomen. Hierdoor ziet hij niet in dat zijn wens om naar Thailand te gaan niet reëel is. Het CIZ heeft een eerdere aanvraag op basis van artikel 21 Wzd Pro afgewezen omdat de wens om naar Thailand te gaan als verzet is gekwalificeerd.
De zus van cliënt heeft verklaard dat het goed is dat cliënt in de accommodatie verblijft. Cliënt heeft altijd de wens gehad om terug te gaan naar Thailand, maar dat is al lang niet meer mogelijk.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoeningen, te weten uitgebreide neurocognitieve stoornissen, op vasculaire basis c.q. hersenschade. Ook is er sprake van vasculaire Parkinson.
Deze psychogeriatrische aandoeningen leiden tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Uit toelichting van de specialist ouderengeneeskunde, de behandelend arts, de advocaat en de zus van cliënt is gebleken dat cliënt zelfstandig met toestemming van de accommodatie overdag naar buiten gaat en weer terugkomt. De rechtbank is daarom van oordeel dat de uitlating van cliënt om naar Thailand te willen vertrekken niet gekwalificeerd kan worden als verzet. Cliënt keert immers steeds terug naar de accommodatie en heeft dus geen daadwerkelijke vertrekwens. Aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie zoals bedoeld in de Wzd is daarom niet voldaan. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 november 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 december 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.