ECLI:NL:RBDHA:2024:20917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Verweerder heeft op 27 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de zaak schriftelijk behandeld en het onderzoek gesloten op 6 december 2024.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het vorige onderzoek beoordeeld en vond deze toen rechtmatig. De beoordeling richt zich daarom op het voortduren van de maatregel sinds dat moment. Eiser stelde dat een lichter middel passend was vanwege zijn medische problematiek en dat plaatsing in een detentiecentrum met betere medische faciliteiten zoals Zeist wenselijk was. Ook stelde hij dat het niet ondenkbaar was dat hij niet uitgezet kon worden.
De rechtbank oordeelt dat het medisch dossier reeds in een eerdere procedure is beoordeeld en dat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd die het voortduren van de maatregel onevenredig maken. Verweerder heeft geen lichter middel hoeven toepassen en de plaatsing in Rotterdam is slechts een wijziging van locatie zonder nieuwe afweging. Het beroep tegen het voortduren van de maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.