ECLI:NL:RBDHA:2024:20910
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij referent. De minister had de aanvraag afgewezen omdat niet was gebleken dat er een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestond tussen eiseres en referent, mede omdat eiseres zelfstandig functioneert en niet medisch afhankelijk is van referent.
Tijdens de zitting heeft referent toegelicht dat de medische situatie van eiseres is verbeterd, waardoor het beroep op medische afhankelijkheid is ingetrokken. De rechtbank heeft het toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gevolgd, dat vereist dat naast medische ook emotionele, financiële en materiële afhankelijkheid en andere elementen worden betrokken.
De rechtbank stelt vast dat de minister alle relevante elementen heeft betrokken en dat de emotionele band tussen eiseres en referent niet verder gaat dan de gebruikelijke ouder-kindrelatie binnen de Iraanse cultuur. Ook is eiseres financieel niet afhankelijk en heeft zij sterke banden met Iran. Daarom is geen sprake van gezinsleven zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst de aanvraag af en kent geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.