Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 3 januari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarna hij beroep instelde tegen deze maatregel. Eiser betoogde dat de inspanningsverplichting van verweerder niet was nagekomen en dat de bewaring onrechtmatig was. De rechtbank heeft op 15 januari 2024 de zaak behandeld waarbij eiser verscheen met gemachtigde en tolk.
De rechtbank constateert dat het vonnis van de politierechter op 13 december 2023 onherroepelijk werd, waarna de einddatum van de strafrechtelijke detentie bekend was. Verweerder heeft op 1 december 2023 onderzoek gedaan naar de identiteit en nationaliteit van eiser, wat als voldoende invulling van de inspanningsverplichting wordt beoordeeld. De gronden voor bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en overdracht aan Duitsland conform de Dublinverordening, zijn gemotiveerd en niet betwist.
De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de bewaring onrechtmatig was en concludeert dat dit niet het geval is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.