In deze zaak verzocht de man om vervangende toestemming tot erkenning van een minderjarige, aangezien de moeder niet meewerkte aan het door de rechtbank gelaste DNA-onderzoek. De rechtbank beval eerder een deskundigenonderzoek naar het DNA van de man en de minderjarige om het verwekkerschap te bepalen. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de moeder geen medewerking verleend aan het onderzoek.
De rechtbank concludeert op grond van het niet meewerken van de moeder en de door de man gestelde concrete feiten dat de man de verwekker van de minderjarige is. Daarom wordt het verzoek van de man tot vervangende toestemming tot erkenning toegewezen. Tevens veroordeelt de rechtbank de man tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek, vastgesteld op € 120,-.
Verder stelt de rechtbank een informatieregeling vast waarbij de moeder verplicht wordt om de man maandelijks te informeren over de minderjarige en hem een foto te sturen. De werkzaamheden van de bijzondere curator worden beëindigd, aangezien diens vertegenwoordiging niet langer noodzakelijk is. De beschikking is uitgesproken op 29 november 2024.