ECLI:NL:RBDHA:2024:20855
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument op grond van artikel 8 EVRM wegens motiveringsgebreken
Eiseres, een Colombiaanse vrouw, verzocht om een verblijfsdocument als familielid van haar meerderjarige dochter met de Nederlandse nationaliteit. De minister wees de aanvraag af omdat de referent niet de nationaliteit van een EU-lidstaat bezit en er geen sprake zou zijn van meer dan normale afhankelijkheid tussen eiseres en haar dochter, noch van beschermenswaardig familie- of gezinsleven met haar kleinkinderen.
Eiseres maakte bezwaar, waarna de minister het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom er geen sprake zou zijn van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en haar dochter, en onvoldoende was ingegaan op de door eiseres aangevoerde omstandigheden en stukken.
Ook ten aanzien van de relatie met de kleinkinderen constateerde de rechtbank een motiveringsgebrek, omdat de minister onvoldoende had onderbouwd waarom er geen hechte persoonlijke banden zouden zijn. Verder had de minister in zijn belangenafweging niet alle relevante feiten, zoals het werk van eiseres in Nederland, betrokken.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens meerdere motiveringsgebreken en onzorgvuldigheid, en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.