ECLI:NL:RBDHA:2024:20793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
AWB 24/1342
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 3:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verblijfsrecht en terugkeerbesluit wegens bedreiging openbare orde

De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening van een verzoeker met de Poolse nationaliteit, tegen het besluit van 3 januari 2024 waarbij zijn verblijfsrecht werd beëindigd, een terugkeerbesluit werd opgelegd en hij ongewenst werd verklaard wegens een vermeende actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.

Verzoeker betoogt dat hij een spoedeisend belang heeft bij schorsing van het besluit omdat hij anders Nederland moet verlaten en zijn bezwaarprocedure niet kan afwachten. Hij stelt dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft omdat onvoldoende is gemotiveerd waarom zijn gedrag een ernstige bedreiging vormt.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker verwijderbaar is en daardoor een spoedeisend belang heeft. Omdat verweerder voornemens is verzoeker te horen in de bezwaarprocedure, kan niet worden uitgesloten dat nieuwe feiten aan het licht komen die de beoordeling kunnen beïnvloeden. Het belang van verzoeker om de bezwaarprocedure in Nederland af te wachten weegt daarom zwaarder dan het belang van verweerder.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat de beschikking op bezwaar is bekendgemaakt. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker ad € 1.750,-. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden geschorst tot de beschikking op bezwaar bekend is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/1342
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 september 2024 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.M. Langereis),
en
de minister van Asiel en Migratie,
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. E.P.C. van der Weijden).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Met het bestreden besluit van 3 januari 2024 heeft verweerder het verblijfsrecht van verzoeker beëindigd, hem een terugkeerbesluit opgelegd en hem ongewenst verklaard. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen tot op het bezwaar is beslist.
1.2.
Verweerder heeft aangegeven zich te verzetten tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. J.S. Dobosz als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
1.4.
De rechter heeft het onderzoek gesloten en meteen uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
2. Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1991 en heeft de Poolse nationaliteit. Op 3 januari 2024 heeft verweerder het verblijfsrecht van verzoeker beëindigd. Ook heeft hij aan verzoeker een terugkeerbesluit opgelegd en hem ongewenst verklaard. Volgens verweerder is het gedrag van verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Wat vindt verzoeker?
3. Verzoeker voert – kort gezegd – het volgende aan. Vanwege het ingrijpende karakter van verweerders beslissing heeft verzoeker spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Zonder de schorsende werking dient verzoeker Nederland te verlaten, kan hij worden uitgezet en heeft hij niet de mogelijkheid de zijn bezwaarprocedure hier af te wachten. Verder heeft het bezwaar redelijke kans van slagen, nu onvoldoende is gemotiveerd waarom het gedrag van verzoeker een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
4. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Als hieraan wordt voldaan, toets de voorzieningenrechter of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.
5. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
6. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek. In het bestreden besluit is als rechtsgevolg opgenomen dat verzoeker geen verblijfsrecht meer heeft, Nederland onmiddellijk moet verlaten en hier ongewenst blijft verklaard. Ook is opgenomen dat verzoeker het besluit op bezwaar niet in Nederland mag afwachten. Verzoeker heeft daarom de voorzieningenrechter gevraagd de rechtsgevolgen van het primaire besluit op te schorten, zodat hij de uitkomst van deze procedure in Nederland mag afwachten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker verwijderbaar is en dat hij reeds hierom een spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft. Ter zitting is gebleken dat verweerder voornemens is verzoeker te horen in bezwaar. Hierdoor kan niet worden uitgesloten dat er feiten en omstandigheden naar boven komen die verweerder niet eerder heeft kunnen betrekken in zijn beoordeling, omdat verzoeker niet heeft gereageerd op zijn verzoek om informatie. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het belang van verzoeker om de bezwaarprocedure in Nederland te kunnen afwachten momenteel zwaarder weegt dan het belang van verweerder.

Conclusie en gevolgen

8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Dat betekent dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort totdat de beschikking op bezwaar conform artikel 3:41, eerste lid van de Awb aan verzoeker wordt bekendgemaakt. Dit betekent dat verzoeker de beslissing op bezwaar in Nederland mag afwachten.
9. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De proceskosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.750,-. [1]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst de rechtsgevolgen van het bestreden besluit totdat de beschikking op bezwaar conform artikel 3:41, eerste lid van de Awb aan verzoeker is bekendgemaakt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.750,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljević, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 september 2024.
De rechter is verhinderd te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1.