ECLI:NL:RBDHA:2024:20758
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens onvoldoende verblijfstermijn
Eisers, allen met de Surinaamse nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat eisers niet minimaal vijf jaar onafgebroken in Nederland hebben verbleven op basis van een geldige verblijfsvergunning van niet-tijdelijke aard. Tevens kwamen zij niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd en waren zij niet vrijgesteld van het mvv-vereiste.
Eisers voerden aan dat er bijzondere omstandigheden zijn vanwege het familieleven met mevrouw [naam] en dat eiser 3 vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen omdat hij minderjarig is en langer dan drie jaar in Nederland woont en schoolgaand is. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet gehouden is een belangenafweging te maken en dat het vijfjaarvereiste het belangrijkste criterium is. De beoordeling van het familieleven en de vrijstelling van het mvv-vereiste voor eiser 3 zal in een aparte procedure plaatsvinden.
Verder wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af omdat geen schade is onderbouwd. Ook werden de verzoeken om voorlopige voorzieningen niet-ontvankelijk verklaard omdat de bodemuitspraak is gedaan en er geen connexiteit meer is. Het beroep is daarmee ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen is ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.