Eiser, een Russische staatsburger, diende op 22 december 2022 een asielaanvraag in met als grond dat hij was opgeroepen voor militaire dienst in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, maar niet wilde deelnemen aan de gevechten. Verweerder wees de aanvraag op 29 april 2023 af wegens gebrek aan geloofwaardige onderbouwing, met name omdat eiser geen oproep tot mobilisatie kon overleggen en wisselende verklaringen gaf over het moment van ontvangst.
Eiser voerde aan dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door correcties en aanvullingen op het nader gehoor niet mee te nemen en dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om het nader gehoor samen met zijn advocaat voor te bereiden. De rechtbank constateerde een zorgvuldigheidsgebrek, maar oordeelde dat dit geen belangenverlies voor eiser had veroorzaakt omdat hij geen mobilisatieoproep had overlegd en zijn verklaringen vaag en tegenstrijdig waren.
De rechtbank achtte de geloofwaardigheid van de oproep tot dienstplicht onvoldoende onderbouwd, mede gelet op het Algemeen Ambtsbericht dat aangaf dat na oktober 2022 geen grootschalige mobilisatie meer plaatsvond en dat eiser niet tot de risicogroep behoorde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar eiser kreeg een proceskostenvergoeding toegekend vanwege het geconstateerde procedurele gebrek.