ECLI:NL:RBDHA:2024:20724
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet-tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van juli 2022. Nadat de minister van Asiel en Migratie de Nederlandse ambassade in Algiers had gemachtigd om de mvv te verlenen, trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog de mvv te verlenen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval op verzoek van verzoekster verweerder veroordelen in de proceskosten.
De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepskosten met een lichte wegingsfactor, omdat het beroep alleen zag op het niet-tijdig nemen van een besluit. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder het betaalde griffierecht van € 184 aan verzoekster moet vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster wegens niet tijdig beslissen.