ECLI:NL:RBDHA:2024:20712

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2024
Publicatiedatum
11 december 2024
Zaaknummer
NL22.5308
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker diende op 29 maart 2022 een beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 2021. Vervolgens heeft de staatssecretaris op 5 juli 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Naar aanleiding daarvan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens de beroepsprocedure. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875, vermenigvuldigd met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.5308

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 29 maart 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 20121.
Bij besluit van 5 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van
proceskosten.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en
8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als
een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de
indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de
indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit
is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door
hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit te nemen.
Het verzoek is kennelijk gegrond.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de
door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 bestaande uit een
punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en
vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de
wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig
nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 6 december 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.