ECLI:NL:RBDHA:2024:20679
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die eerder in een gerelateerde zaak uitspraak heeft gedaan. Verzoeker stelt dat de rechter mogelijk niet onbevangen kan oordelen omdat het nu gaat om een hoger beroep op zijn eerdere uitspraak.
De wrakingskamer beoordeelt het verzoek en concludeert dat het enkele feit dat de rechter eerder in een zaak van verzoeker heeft geoordeeld, niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Verzoeker heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die deze vrees rechtvaardigen.
Hoewel het verzoek aanvankelijk laat werd ingediend, acht de wrakingskamer dit niet onontvankelijk omdat verzoeker pas kort voor de zitting de naam van de rechter had opgemerkt. De wrakingskamer besluit het verzoek af te wijzen en het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.