ECLI:NL:RBDHA:2024:20635
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs zware mishandeling in forensisch centrum
Op 26 november 2022 vond in het Forensisch Centrum een geweldsincident plaats waarbij de aangever ernstig letsel opliep, waaronder een gebroken oogkas, beschadigde zenuw en hersenschudding. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van zware mishandeling door de aangever in het gezicht en hoofd te stompen.
Tijdens de zitting op 28 november 2024 voerde de officier van justitie aan dat er sprake was van voorwaardelijk opzet en medeplegen, onderbouwd met verklaringen van medewerkers en de aangever. De verdediging stelde dat het bewijs onvoldoende was en dat de verdachte slechts uit zelfverdediging een afwerende stoot had gegeven.
De rechtbank beoordeelde de verklaringen kritisch, waarbij sommige medewerkers de verdachte niet als dader herkenden en de verklaring die hem belastte niet nader was onderzocht. Het dossier gaf geen eenduidig beeld van de rol van de verdachte.
Daarom oordeelde de rechtbank dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen poging zware mishandeling.