Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 november 2024 in de zaak tussen
[naam] , v-nummer: [nummer] ,
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eisers, een vrouw met de Syrische en Turkse nationaliteit en haar minderjarige kind, vroegen asiel aan in Nederland vanwege huiselijk geweld en een dreiging van femicide in Turkije. De minister wees hun aanvraag af en legde een terugkeerbesluit op, waarbij de minister het huiselijk geweld geloofwaardig achtte maar de dreiging van femicide niet.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de dreiging van femicide ongeloofwaardig zou zijn, terwijl het huiselijk geweld wel werd erkend. De rechtbank vernietigt het besluit daarom deels en verklaart het beroep gegrond.
Tegelijkertijd acht de rechtbank de bescherming door Turkse autoriteiten in het algemeen voldoende en oordeelt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij geen bescherming kunnen krijgen of dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos is. Daarom laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand en wijst de asielaanvraag alsnog af.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van €1.750,- aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Harten en griffier V. Bouman op 29 november 2024 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering over ongeloofwaardigheid dreiging femicide, maar de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.