Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:20600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
10 december 2024
Zaaknummer
NL24.34620
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens uitspraak op beroep

Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Roemenië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 29 oktober 2024. Op 5 november 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, waardoor de procedure bij de bestuursrechter feitelijk is afgerond.

Gezien deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat er geen lopende bestuursrechtelijke procedure meer is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34620

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] (V-nummer: [V-nummer]), verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Akkaya),
en
de Minister van Asiel en Migratie [1] ,
(gemachtigde: mr. L.M.F. Verhaegh).

Procesverloop

Bij besluit van 4 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (bekend onder zaaknummer NL24.34619). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.34619, op 29 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de tolk, de minderjarige broer van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.34619, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Er is dus geen sprake meer van een procedure bij de bestuursrechter. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.W.M. Heyman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.A.E. van de Venne, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 5 november 2024
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.