Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[vergunninghoudster] , te [plaatsnaam 1] (vergunninghoudster)
2.[belanghebbende] B.V. en anderen, te [plaatsnaam 2] , (belanghebbenden)
- De windhaag dient in het bladseizoen een aaneengesloten bladoppervlak te kunnen bieden dat minimaal 90% dicht is. Dit met uitzondering van geringe openingen aan de onderzijde die ontstaan door concurrentie met gras en onkruiden;
- De windhaag dient minimaal 150 cm hoog te zijn, maar tevens minimaal 50 cm hoger te zijn als het geteelde gewas op naastgelegen perceel als sprake is van een teelt in de openlucht;
- De windhaag moet zo dicht mogelijk op de perceelgrens met het gewasperceel worden geplaatst.”