ECLI:NL:RBDHA:2024:2052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Nederland Duitsland als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep samen met een vergelijkbare zaak op zitting behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag aannemen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van aan het Duitse systeem gerelateerde tekortkomingen die leiden tot een risico op (in)direct refoulement. Duitsland heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd en de asielaanvraag van eiseres is nog in behandeling.
Eiseres voerde aan dat zij in Duitsland geen asielaanvraag wil doen en daardoor risico loopt op uitzetting naar Syrië, maar dit doet niet af aan het oordeel dat zij zelf verantwoordelijk is voor het al dan niet voortzetten van haar procedure in Duitsland. Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de staatssecretaris terecht heeft gewezen op het ontbreken van bijzondere omstandigheden om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken, ondanks het feit dat eiseres familie in Nederland heeft.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van de staatssecretaris. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en kan worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.