Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
[belanghebbende], te [woonplaats] (belanghebbende).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen werkzaamheden aan een woning, omdat volgens hem een omgevingsvergunning vereist is en de werkzaamheden in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen omdat de aanbouw vergunningsvrij is.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, met name een bouwstop. De voorzieningenrechter heeft op 12 februari 2024 de zaak behandeld en vastgesteld dat de aanbouw vrijwel geheel is gerealiseerd, waardoor de nadelige gevolgen voor verzoeker reeds zijn ingetreden.
Omdat stillegging van de werkzaamheden geen beperking meer kan bieden, ontbreekt het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af en legt geen bouwstop op. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het handhavingsbesluit wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.