ECLI:NL:RBDHA:2024:20474
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen wegens de verantwoordelijkheid van België volgens de Dublin-verordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 1 oktober 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
Na behandeling heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank in een gelijktijdige uitspraak (zaaknummer NL24.36413) reeds op het beroep heeft beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is mondeling gedaan en openbaar bekendgemaakt op 7 oktober 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.