ECLI:NL:RBDHA:2024:20464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure verblijfsvergunning
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 september 2024 waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid is afgewezen. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij Nederland moet verlaten tijdens de behandeling van het bezwaar.
De minister heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen het verzoek om een voorlopige voorziening, waardoor de voorzieningenrechter het verzoek toewijst. Dit betekent dat de uitzetting van verzoekster wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast is verzoekster vanwege betalingsonmacht vrijgesteld van griffierecht en krijgt zij een proceskostenvergoeding van € 875,- toegekend, die door de minister moet worden betaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: De uitzetting van verzoekster wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.