ECLI:NL:RBDHA:2024:20452
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet-tijdige besluitvorming Ziektewet
Verzoeker maakte bezwaar tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering door verweerder en stelde verweerder in gebreke vanwege het niet tijdig beslissen op dit bezwaar. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder nam alsnog een beslissing op het bezwaar, waarna verzoeker het beroep introk en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De rechtbank besprak de toepasselijke wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding en wees een factor van 0,5 toe, aangezien het beroep van eenvoudige aard was en alleen de niet-tijdigheid van het beslissen beoordeeld hoefde te worden.
De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en verweerder werd veroordeeld tot betaling hiervan aan verzoeker. Tevens werd gewezen op de verplichting van verweerder om het betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.