ECLI:NL:RBDHA:2024:20444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de belastingheffing over in 2022 uitbetaalde levensloopaanspraak in 2021
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2021 waarbij de in 2022 uitbetaalde levensloopaanspraak werd meegenomen in het belastbaar inkomen uit werk en woning. De rechtbank stelt vast dat eiser vanaf 2006 deelnam aan een levensloopregeling en dat de aanspraak op 1 november 2021 een waarde had van €21.262. De uitbetaling vond plaats in maart 2022, waarbij loonheffingen werden ingehouden.
De kern van het geschil is of de aanspraak terecht in 2021 is belast. Volgens eiser had de aanspraak niet in 2021 belast mogen worden en was de inhoudingsplicht van de verzekeraar onterecht. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 39d, vierde lid, Wet LB de waarde van de aanspraak per 1 november 2021 als loon uit tegenwoordige arbeid moet worden beschouwd, ongeacht de feitelijke uitbetaling in 2022. De wettelijke regeling laat geen ruimte voor afwijking door de Belastingdienst of de rechter.
Verder wijst de rechtbank het verzoek van eiser af om belastingrente te verminderen en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe te kennen. De belastingrente is correct berekend en de bezwaar- en beroepsprocedure zijn binnen de wettelijke termijn van twee jaar afgerond. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over 2021 wordt gehandhaafd en het beroep wordt ongegrond verklaard.