Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
4d: niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was inmiddels opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring.
Eiser voerde aan dat hij Nederland was binnengekomen met de intentie asiel aan te vragen en dat de beschikking niet door een bevoegde ambtenaar was ondertekend noch uitgereikt. Verweerder had echter onderzocht of een risico op onderduiken bestond en had de maatregel gebaseerd op gegronde zware en lichte gronden. De rechtbank oordeelde dat het recht op asielaanvraag niet in de weg staat aan het opleggen van bewaring en dat de maatregel rechtsgeldig was ondertekend en uitgereikt.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.