Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser diende beroep in tegen het besluit van 26 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag werd afgewezen. Hoewel het beroep tijdig was ingesteld, werden geen gronden van beroep vermeld in het beroepschrift, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro.
De rechtbank stelde eiser op 27 augustus 2024 in de gelegenheid om dit verzuim binnen vijf werkdagen te herstellen, met een uiterste termijn van 3 september 2024. Eiser diende echter pas op 26 oktober 2024 alsnog de gronden in, na een verzoek van de rechtbank op 24 oktober 2024 om uitleg.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, mede omdat eiser werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde en kennis had van de termijnen. Het Bahaddar-arrest, dat in uitzonderlijke gevallen nationale procedureregels buiten toepassing kan laten, was hier niet van toepassing omdat geen terugkeerbesluit was genomen en eiser voorlopig rechtmatig verblijf had.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de beroepsgronden.