ECLI:NL:RBDHA:2024:20401
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Polen wegens medische omstandigheden
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen zijn voorgenomen uitzetting naar Polen op 9 december 2024, waarbij hij medische problemen aanvoert die volgens hem onomkeerbare en onaanvaardbare gevolgen voor zijn gezondheid zullen hebben. Hij baseert dit op een medisch dossier waarin onder meer een mogelijke knieoperatie en hevige pijnklachten worden beschreven.
De minister stelt dat verzoeker fit-to-fly is verklaard, dat de medische gegevens zijn overgedragen aan de Poolse autoriteiten, en dat verzoeker tijdens de vlucht wordt begeleid door een medische escort met benodigde medicatie. De minister betwist dat er sprake is van een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro Handvest.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de medische situatie van verzoeker niet nieuw is en dat er geen concrete nieuwe feiten zijn aangevoerd die de rechtmatigheid van de uitzetting in twijfel trekken. Ook is geen verzoek om uitstel van vertrek op medische gronden ingediend. De algemene stelling over de kwaliteit van de Poolse gezondheidszorg is onvoldoende om de uitzetting te verhinderen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen, waardoor de uitzetting op de geplande datum kan plaatsvinden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Polen wordt afgewezen.