ECLI:NL:RBDHA:2024:20397

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 december 2024
Publicatiedatum
6 december 2024
Zaaknummer
NL23.31510
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag na alsnog besluit

Eiser heeft op 4 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 juni 2022. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 20 december 2023 de asielaanvraag van eiser ingewilligd.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is, omdat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep nu het besluit alsnog is genomen. Daarnaast heeft eiser geen bezwaar gemaakt tegen de inhoud van het genomen besluit, zodat het beroep ook geen betrekking meer heeft op dat besluit.

Hoewel het beroep niet-ontvankelijk is verklaard, stelt de rechtbank vast dat het beroep terecht was ingesteld vanwege de late besluitvorming en de geldige ingebrekestelling. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld in de proceskosten van € 437,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.31510

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J. van Veelen-de Hoop),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 4 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 18 juni 2022.
Bij besluit van 20 december 2023 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit
1. Omdat verweerder alsnog een besluit heeft genomen op de asielaanvraag, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk.
Het beroep tegen het bestreden besluit
2. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoetkomt. Eiser heeft niets aangevoerd tegen de inwilliging van zijn asielaanvraag en de rechtbank neemt daarom aan dat daarmee geheel is tegemoetgekomen aan eiser. Het beroep heeft dus geen betrekking op het alsnog genomen besluit op de asielaanvraag van eiser.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk.
4. De rechtbank stelt vast dat het beroep terecht was ingesteld omdat het besluit te laat is genomen en de ingebrekestelling geldig is. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50
Deze uitspraak is gedaan op 9 december 2024 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.