ECLI:NL:RBDHA:2024:20315
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoekster een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De minister had het primaire besluit op 10 oktober 2023 genomen en op 17 oktober 2024 het bezwaar van verzoekster tegen dat besluit afgewezen.
Verzoekster heeft echter geen beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een verzoek om voorlopige voorziening alleen worden gedaan als er een beroepsprocedure tegen het besluit op bezwaar loopt.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek als kennelijk niet-ontvankelijk beoordeeld en zonder zitting uitspraak gedaan. Er is geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek geweest en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat geen beroep is ingesteld tegen het besluit op bezwaar.