ECLI:NL:RBDHA:2024:20312
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak op grond van Dublinverordening
Verzoeker, van Egyptische nationaliteit, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het hoofdberoep op 2 december 2024.
Na het sluiten van het onderzoek ter zitting wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat op dezelfde dag uitspraak werd gedaan in de hoofdzaak. Er was daarom geen noodzaak meer voor een voorlopige voorziening. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan.