ECLI:NL:RBDHA:2024:20303
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees eerwraak in Pakistan
Eiseres, van Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege vrees voor eerwraak door een oom in Pakistan nadat haar familie bekend werd met haar relatie en samenwoning met een ex-partner. De minister wees de aanvraag af omdat de bedreigingen en bekendheid binnen de familie niet aannemelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht niet aannam dat de vriend van de ex-partner de familie had geïnformeerd en dat de overgelegde Whatsappberichten en verklaringen onvoldoende objectief bewijs vormden. Ook de bedreiging door de oom was niet persoonlijk en direct aangetoond, en het politierapport en foto's van kogelgaten boden geen overtuigend bewijs.
De rechtbank concludeerde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade door haar oom. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gevreesde eerwraak.