Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 14 mei 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 9 juli 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Omdat de bodemzaak (zaaknummer NL24.21034) inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
Op grond van de uitkomst van de bodemzaak veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de door verzoeker gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten.