ECLI:NL:RBDHA:2024:20186
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag minderjarige Koerdische Turkse vreemdeling wegens onvoldoende gegronde vrees
Eiser, een minderjarige met Turkse nationaliteit en Koerdische afkomst, diende een asielaanvraag in vanwege problemen van zijn vader met de Turkse autoriteiten, discriminatie wegens zijn etniciteit en vrees voor militaire dienst. De minister wees de aanvraag af omdat de vrees voor militaire dienst als toekomstig en onvoldoende aannemelijk werd beschouwd, en de overige motieven niet leidden tot een gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat de vrees voor militaire dienst niet zwaarwegend is, mede omdat eiser nog geen oproep heeft ontvangen en dienstplicht pas vanaf 20 jaar geldt. De problemen van de vader en discriminatie werden erkend, maar onvoldoende geacht om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. Ook was er geen bewijs van een toegedichte politieke overtuiging of sympathie die tot risico zou leiden.
Verder concludeerde de rechtbank dat adequate opvang in Turkije aanwezig is bij de ouders van eiser, waarmee het buitenschuldbeleid niet van toepassing is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende gegronde vrees en adequate opvang in Turkije.