Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de minderjarige, geboren in 2008, vanwege ernstige zorgen over zijn veiligheid en welzijn. Deze zorgen betreffen onder meer een patroon van weglopen, betrokkenheid bij een crimineel netwerk, dreigingen vanuit rivaliserende jeugdgroepen en conflicten in de thuissituatie bij de moeder. De minderjarige verblijft momenteel bij een jeugdzorginstelling en lijkt baat te hebben bij de structuur die daar wordt geboden.
De minderjarige voerde verweer tegen de verzochte duur van zes maanden en stelde een kortere termijn van drie maanden voor, mede omdat de dreigingen nog onvoldoende concreet zijn vastgesteld. De moeder stemde in met het verzoek en benadrukte het belang van diagnostiek en behandeling.
De kinderrechter oordeelde dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden beschikbaar. Gezien de grote veiligheidszorgen, het gedrag van de minderjarige en de noodzaak van diagnostiek en behandeling, achtte de kinderrechter de gevraagde termijn van zes maanden passend en geboden.
De machtiging wordt verleend voor de periode van 15 november 2024 tot 15 mei 2025. De kinderrechter benadrukte dat de gesloten plaatsing niet langer mag duren dan strikt noodzakelijk en dat terugplaatsing naar huis of een open groep mogelijk is zodra dat verantwoord is. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.