Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde op 16 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 20 september 2022. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en gaf verweerder een termijn van twee weken om alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Op 26 augustus 2024 stelde verzoeker opnieuw beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit, terwijl de maximale dwangsom nog niet was bereikt. Verweerder nam op 21 oktober 2024 alsnog een besluit en verzoeker trok daarop het beroep in, met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep te vroeg was ingesteld en niet-ontvankelijk zou zijn verklaard indien niet ingetrokken. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak bevestigt het beleid dat opvolgende beroepen tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn zolang de eerste dwangsom nog niet is volgelopen, ter bescherming van de rechtskracht van eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep te vroeg was ingesteld en vervolgens is ingetrokken.