ECLI:NL:RBDHA:2024:2004

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
21/6510
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overlijden eiser zonder opvolging

De rechtbank Den Haag beoordeelde het beroep van eiser tegen de definitieve jaarafrekening over zorgjaar 2017 van het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Eiser was overleden in 2023, en ondanks oproepen en aankondigingen in de Staatscourant hebben zich geen erfgenamen gemeld om het beroep voort te zetten.

De rechtbank heeft het beroep behandeld op 14 februari 2024, waarbij alleen de gemachtigde van verweerder aanwezig was. Door het ontbreken van een opvolgende partij is het processuele belang van het beroep komen te vervallen.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen griffierecht terug en er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter D.A.J. Overdijk op 21 februari 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiser zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/6510

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] ( [land] ), eiser

en

het Centraal Administratie Kantoor (CAK), verweerder

(gemachtigde: mr. [naam] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de definitieve jaarafrekening over zorgjaar 2017 waarin de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) van eiser is vastgesteld.
1.1.
Op 5 mei 2021 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van verweerder van 23 april 2021.
1.2.
Met het bestreden besluit van 24 augustus 2021 op het bezwaar van eiser is verweerder bij dat besluit gebleven.
1.3.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft vernomen dat eiser is overleden op [datum 1] 2023.
1.5.
De rechtbank heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de Staatscourant van [datum 2] 2023 aangekondigd dat het onderzoek ter zitting zal plaatsvinden op 14 februari 2024. [1]
1.6.
De rechtbank heeft het beroep op 14 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Van de zijde van de erfgenamen is niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser is overleden. Niet gebleken is van erfgenamen die eiser als partij in het geding zijn opgevolgd en het beroep zouden willen voortzetten. De uitnodiging voor de zitting van de rechtbank is per aangetekende post naar het laatst bekende woonadres van eiser verstuurd. Vooruitlopend op de publicatie in de Staatscourant is per reguliere post naar datzelfde adres een oproep aan de erven gestuurd. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen.
3. Uit hetgeen wat is overwogen onder 2 volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. E.P.A. Stok, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de Staatscourant van 15 december 2023, nummer 35061.