ECLI:NL:RBDHA:2024:2003

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
19 februari 2024
Zaaknummer
NL23.31812
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op MVV-aanvraag

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haar en haar minderjarige kinderen. De aanvraag was ingediend op 4 mei 2022 en het bestuursorgaan besloot pas op 8 januari 2024, waarbij de Nederlandse ambassade in Nairobi gemachtigd werd om de mvv te verlenen.

Nadat het bestuursorgaan alsnog aan het beroep tegemoet was gekomen, trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzoek kennelijk gegrond was en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 184 door de staatssecretaris moet worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 wegens niet tijdig beslissen op de MVV-aanvraag.

Uitspraak

uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL23.31812
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nr.]

mede namens haar minderjarige kinderen:
[naam kind]en
[naam kind]
(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 6 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door [naam referent] (referent) ingediende aanvraag van 4 mei 2022 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis ten behoeve van verzoekster en haar twee minderjarige kinderen.
Bij besluit van 8 januari 2024 heeft verweerder de Nederlandse ambassade in Nairobi gemachtigd een mvv te verlenen aan verzoekster.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig
beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op
€ 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
4. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184 te vergoeden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR33916621

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.