ECLI:NL:RBDHA:2024:19933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De zaak betreft een beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is op 12 november 2024 opgeheven, waarna de beoordeling zich richt op de vraag of de tenuitvoerlegging onrechtmatig was en of schadevergoeding moet worden toegekend.
Eiser stelde dat het besluit niet in een voor hem begrijpelijke taal was uitgereikt, omdat een Franse tolk werd gebruikt terwijl hij Pulaar sprak. De rechtbank concludeerde echter dat uit het proces-verbaal en de bevindingen bleek dat een beëdigde Franse tolk was ingezet en dat er geen communicatieproblemen waren vastgesteld. Er was geen bewijs dat een Pulaarse tolk noodzakelijk was.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals en is openbaar bekendgemaakt op 29 november 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.