ECLI:NL:RBDHA:2024:19892
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak asielaanvraag Bosnische verzoeker
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen als kennelijk ongegrond. De verzoeker, een burger van Bosnië en Herzegovina, heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het hoofdberoep op 15 november 2024 behandeld. Tijdens de zitting waren zowel de verzoeker als zijn gemachtigde aanwezig, evenals de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter overweegt dat nu het hoofdberoep is behandeld en er uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is behandeld.