ECLI:NL:RBDHA:2024:19805
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot proceskostenveroordeling na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 6 februari 2023 een asielaanvraag in. Verweerder vroeg op 23 maart 2023 aan Duitsland om verzoeker over te nemen op grond van de Dublinverordening, wat op 27 maart 2023 werd geaccepteerd. Vervolgens besloot verweerder op 23 mei 2023 dat de aanvraag in de nationale procedure zou worden behandeld, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling.
Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moest verweerder uiterlijk binnen zes maanden na het moment van verantwoordelijkheid beslissen, dus uiterlijk 23 november 2023. Echter, het besluit WBV 2023/3 verlengde de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend in 2023 met negen maanden, waardoor de uiterste beslisdatum werd verschoven naar 23 augustus 2024.
Verzoeker stelde verweerder op 3 juni 2024 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de verlengde termijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep niet ontvankelijk. Verzoeker trok het beroep in nadat verweerder op 1 augustus 2024 alsnog een inwilligend besluit nam en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep in de zin van artikel 8:75a Awb en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.