ECLI:NL:RBDHA:2024:19800

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
NL24.35920
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake Dublinprocedure en asielaanvraag

De minister van Asiel en Migratie heeft op 13 september 2024 besloten de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 1 oktober 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was en de minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien op dezelfde dag uitspraak is gedaan op het beroep in de gerelateerde zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.

De uitspraak is openbaar gedaan op 21 oktober 2024 en hiertegen staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.35920
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. G. Ocak),

en
de minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluit van 13 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.35919, op 1 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.35919, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.
S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 oktober 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.