Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het proces-verbaal van ophouding blijkt dat eiser een paspoort heeft overhandigd aan de verbalisanten en dat duidelijk was dat bij besluit van 29 december 2021 was vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Verweerder heeft daarom terecht artikel 50, derde lid, van de Vw aan de ophouding ten grondslag gelegd.
Eiser voert aan dat het gehoor voorafgaande aan de maatregel onzorgvuldig was, omdat tijdens het gehoor geen vragen zijn gesteld over eisers privé- en gezinsleven.
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Nadat eiser op 25 december 2023 in bewaring is gesteld, heeft op 28 december 2023 een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden en is op diezelfde datum een vlucht voor eiser aangevraagd. Op 29 december 2023 is een vluchtakkoord ontvangen en op 9 januari 2024 zal eiser worden uitgezet naar Polen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser.
Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom niet is volstaan met een lichter middel. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat voldoende gronden aanwezig zijn om de maatregel van bewaring te dragen, waarmee een risico op onttrekking en belemmering of ontwijking van de uitzettingsprocedure vaststaat. Eiser heeft tijdens het gehoor geen persoonlijke omstandigheden ingebracht op grond waarvan verweerder een lichter middel had moeten opleggen. In de omstandigheid dat eiser pas ter zitting in dit beroep stelt een vriendin te hebben, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien om een lichter middel toe te passen. [6]
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.