ECLI:NL:RBDHA:2024:19740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 13 mei 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling, waar eiser op 30 april 2024 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Eiser voerde aan dat het beschermingsbeleid in Oostenrijk fundamenteel verschilt van dat in Nederland en dat hij vreest voor indirect refoulement bij overdracht. De rechtbank oordeelt dat Oostenrijk met het claimakkoord van 20 juni 2024 heeft gegarandeerd de aanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen en dat geen systeemfout of verhoogd risico op refoulement is aangetoond.
De rechtbank stelt dat het niet aan haar is om het risico op refoulement verder te onderzoeken en dat eiser zijn klachten in Oostenrijk moet indienen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister mag het besluit handhaven. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.