Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
achthonderdvijfenzeventig euro).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd bepaald dat hij niet in aanmerking komt voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat er inmiddels een uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.16625), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Wel is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 875, vanwege het indienen van het verzoekschrift.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875.