Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 7 oktober 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling heeft genomen. De grond hiervoor was dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en heeft het verzoek zonder zitting behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak onder zaaknummer NL24.39271 reeds is behandeld en beslist. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 25 november 2024 door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier J. de Winter, en is openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.