ECLI:NL:RBDHA:2024:19464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Thurlings - Rassa
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en ophouding van hoogzwangere vreemdeling
Eiseres, van Ghanese nationaliteit en hoogzwanger, werd op 20 oktober 2024 staande gehouden en opgehouden door de minister op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank stelt vast dat deze maatregel disproportioneel en onrechtmatig was, mede gezien de kwetsbare conditie van eiseres en het ontbreken van noodzaak voor directe aanhouding. De minister had eiseres kunnen oproepen voor een gesprek, in plaats van haar te intimideren en het opmaken van een akte van erkenning van een ongeboren vrucht te frustreren.
De rechtbank benadrukt dat de minister onvoldoende rekening hield met de hoogzwangere toestand van eiseres en dat de handelswijze een intimiderende indruk maakte. Dit handelen wordt als misbruik van bevoegdheid beschouwd, in strijd met het verbod op détournement de pouvoir. Gezien de ernst van de situatie en de mentale impact kent de rechtbank een schadevergoeding van €1000 toe aan eiseres.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van €875, die aan de rechtsbijstandverlener worden uitgekeerd. Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot het teruggeven van het paspoort indien dit nog niet is gebeurd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent eiseres een schadevergoeding van €1000 toe wegens onrechtmatige staandehouding en ophouding.