Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
- medeplegen witwassen (zaak 1);
- medeplegen witwassen (ambtshalve zaken 15, 16, 17, 18, 19 en 20).
- Dat volgt alleen al uit de aard van de witwasdelicten (zaak 1 en ambtshalve zaken 15, 16, 17, 18, 19 en 20). Witwashandelingen hebben immers per definitie betrekking op voorwerpen die afkomstig zijn uit enig misdrijf. Uit de bewezenverklaring volgt dat sprake is van een voorafgaand gepleegd gronddelict. In dit geval is ook duidelijk om welke ander strafbaar feit het gaat, namelijk de afdreigingen van [naam 1] (hierna: [naam 1] ), [naam 2] (hierna: [naam 2] ), [naam 3] (hierna [naam 3] ), [naam 4] (hierna: [naam 4] ), [naam 5] (hierna: [naam 5] ), [naam 6] (hierna: [naam 6] ) en [naam 7] (hierna: [naam 7] ).
- Daarnaast is het aannemelijk dat [naam 8] (hierna: [naam 8] ) geld heeft overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 9] (hierna: [verdachte 9] ) naar aanleiding van een afdreiging en dat die afdreiging (zaak 16) heeft geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang: de aangifte door [naam 8] , het onderzoek naar de bankrekening van [verdachte 9] en het verhoor van die [verdachte 9] bij de politie. [naam 8] heeft namelijk verklaard dat hij op 10 februari 2018 € 350,00 heeft overgemaakt naar een bankrekeningnummer om te voorkomen dat zijn naaktfoto’s werden verspreid. Uit de identificerende gegevens die werden gevorderd, bleek dat het ging om de bankrekening van [verdachte 9] en dat [verdachte 9] het geld heeft opgenomen in de nacht van 10 op 11 februari 2018. [verdachte 9] heeft verklaard dat er op verzoek van de veroordeelde geld werd gestort op zijn bankrekening, dat hij dat geld pinde en aan de veroordeelde en [verdachte 1] heeft gegeven (en dat het geld ook voor hen bestemd was). De rechtbank acht aannemelijk dat dit het geval was zowel in zaak 1 als in zaak 16. Daarbij betrekt de rechtbank dat het geld werd gestort in dezelfde periode (alle keren op verzoek van de veroordeelde) en dat het pinnen in zaak 16 plaatsvond kort na het pinnen in zaak 1 (in zaak 1 werd op 10 februari 2018 in de avond nog € 1.470,00 opgenomen en diezelfde avond/nacht vond de opname in deze zaak plaats).
- Verder is het aannemelijk dat [naam 11] (hierna: [naam 11] ) en [naam 12] (hierna: [naam 12] ) geld hebben overgemaakt naar de bankrekening van [verdachte 13] (vrouw, hierna: [verdachte 13] ) naar aanleiding van afdreigingen (zaak 33 en ambtshalve zaak 5) en dat die afdreigingen hebben geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang: de verklaringen van [naam 11] en [naam 12] , het onderzoek naar de bankrekening van [verdachte 13] en de verklaring van die [verdachte 13] . Uit de verklaringen en het onderzoek naar de bankrekening blijkt dat [naam 11] in totaal € 1.580,00 heeft overgemaakt naar de rekening van [verdachte 13] en dat [naam 12] € 1.600,00 heeft overgemaakt naar dezelfde rekening, beiden om te voorkomen dat hun naaktfoto’s zouden worden verspreid. [verdachte 13] heeft verklaard dat zij het geld aan de veroordeelde heeft gegeven.
- De politie zag op de bankrekening van [verdachte 13] nog enkele andere verdachte transacties, namelijk een storting van € 500,00 op 15 augustus 2018 door [naam 14] (hierna: [naam 14] ), een storting van € 800,00 op 30 juli 2018 door [naam 15] (hierna: [naam 15] ) en een storting van € 180,00 op 15 augustus 2018 door [naam 16] (hierna: [naam 16] ). Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat deze bedragen zijn gestort naar aanleiding van strafbare feiten en dat die feiten hebben geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de verdachte. Daarbij is van belang dat [verdachte 13] heeft verklaard dat zij niet weet waar deze betalingen vandaan komen, dat zij het geld aan de veroordeelde heeft gegeven en dat zij hiervoor vergoedingen kreeg. Verder is van belang dat deze door [verdachte 13] beschreven gang van zaken (en de periode waarin de bedragen zijn gestort) overeenkomt met de gang van zaken (en de periode) in de ambtshalve zaken 15 tot en met 20. Voorts is van belang dat de veroordeelde geen concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven over de herkomst van het geld.
- Voorts is aannemelijk dat [naam 17] (hierna: [naam 17] ), [naam 18] (hierna: [naam 18] ) en [naam 19] (hierna: [naam 19] ) geld hebben overgemaakt naar de bankrekening van [naam 20] (hierna: [naam 20] ) naar aanleiding van afdreigingen en dat die afdreigingen hebben geleid tot wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde. Daarbij zijn van belang: de verklaringen van [naam 17] , [naam 18] en [naam 19] , het onderzoek naar de bankrekening op naam van [naam 20] en de verklaring van die [naam 20] . Uit de verklaringen en het onderzoek naar de bankrekening van [naam 20] blijkt dat [naam 17] € 930,00 heeft overgemaakt naar de bankrekening van [naam 20] , dat [naam 18] € 575,00 heeft overgemaakt naar dezelfde bankrekening en dat [naam 19]
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De gebruikte bewijsvoering in het vandaag gewezen vonnis van deze rechtbank in de strafzaak tegen de veroordeelde:
bijlageaan dit vonnis gehecht. De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan de in de strafzaak gebezigde bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel dat op 23 december 2019 is opgemaakt (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 9] , nummer 233, opgemaakt en ondertekend op 13 maart 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte 9] , nummer 238, opgemaakt en ondertekend op 14 maart 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van bevindingen van identiteit verdachten op getoonde foto’s, nummer 919, opgemaakt en ondertekend op [geboortedatum 10] 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Foto 19: [de veroordeelde]
Foto 20: [verdachte 1]
Het proces-verbaal onderzoek historische bankgegevens van verdachte [verdachte 9] , nummer 34, opgemaakt en ondertekend op 28 januari 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal onderzoek bankrekeningnummer [bankrekening 4] , nummer 1507, opgemaakt en ondertekend op 8 juni 2020 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal onderzoek 2e maal gevorderde bankgegevens van verdachte [verdachte 13] (v), nummer 1167, opgemaakt en ondertekend 11 december 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal onderzoek bankgegevens [bankrekening 3] op naam van aangever/verdachte [naam 20] , nummer 845, opgemaakt en ondertekend op 19 september 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal verhoor van de verdachte [verdachte 13] , nummer 1133, opgemaakt en ondertekend op 3 december 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
€ 150,00 gekregen en voor de storting door Van [naam 16] misschien € 30,00.
Het proces-verbaal verhoor van de verdachte [verdachte 13] , opgemaakt en ondertekend op 30 maart 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte [naam 20] , nummer 839, opgemaakt en ondertekend op 5 november 2019 (hieronder samengevat weergegeven):
- [naam 1]
- [naam 8]
- [naam 11] , [naam 12] , [naam 2] , [naam 6] , [naam 3] , Van [naam 7] , [naam 4] , [naam 5] gezamenlijk een bedrag van
- [naam 17] , [naam 18] en [naam 19] gezamenlijk een bedrag van
€ 1.480,00(€ 500,00 + € 800,00 + € 180,00), die zijn gedaan door [naam 14] , [naam 15] en [naam 16] op de bankrekening van [verdachte 13] , eveneens afkomstig zijn uit strafbare feiten.
€ 19.220,00(€ 6.500,00 + € 350,00 + € 9.185,00 + € 1.705,00 + € 1.480,00).
€ 3.075,00, als wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde kan worden toegeschreven.
€ 175,00(€ 350,00 : 2) voor de veroordeelde. [verdachte 9] heeft verklaard dat hij drie keer een vergoeding heeft gekregen en die vergoeding heeft de rechtbank al als kosten opgenomen bij zaak 1. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte 9] geen vergoeding heeft gekregen in zaak 16.
€ 9.010,00.
€ 1.705,00.
€ 13.965,00(€ 3.075,00 + € 175,00 + € 9.010,00 + € 1.705,00).
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 13.965,00;
€ 13.965,00aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
Hij was de chauffeur van [naam 46] .
Hoe vaak heb je hem gezien?
Ik heb hem denk ik wel zo een drie keer gezien toen samen met [naam 46] .
Foto 19: [de veroordeelde] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats 1] .
Getoonde foto is afkomstig uit SKDB.
Op datingsites werden door leden van de organisatie valse profielen van vrouwen aangemaakt. Als een man in contact raakte met zo’n vals profiel, dan gaf de ‘vrouw’ aan dat zij graag via WhatsApp verder wilde communiceren en werd het gesprek voortgezet op WhatsApp. Ondertussen werd door de leden van de organisatie op social media (vaak Facebook) gezocht naar familie, vrienden en werkgevers van de man. Op het moment dat de man een naaktfoto had gestuurd, sloeg de toon van het gesprek om en kreeg hij een bericht, zoals het onderstaande bericht (of een bericht met een soortgelijke strekking) van de afdreiger(s) toegestuurd:
en,
geldbedragen, geheel, onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf;
enEUR 2.250,- en EUR 1.505,- en EUR 1.000,- voorhanden heeft gehad terwijl hij wist, dat die
geldbedragen, geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf.